January 23, 2008

Micro-diplomatie

‘The best way to destroy an enemy is to make him a friend’, liet Abraham Lincoln, een Amerikaasne president uit de negentiende eeuw, optekenen. Het zou mooi zijn als de nieuwe president zich die woorden gaat herinneren. Binnenplaats Silk Road

Maar hoe doe je dat: vijanden tot vrienden maken? Zorg dat je gedeelde doelen krijgt, zegt Bas Straten. Hij heeft in een woestijnstad in centraal Iran (Yazd) een hotel geopend waar ontmoeting centraal staat. Een paar citaten uit een interview dat ik onlangs met hem had:

‘Ik voelde me gewoon schuldig nadat ik voor het eerst door Iran reisde. Ergens dacht ik toch: ‘misschien zijn ze wel anders, misschien zijn ze wel een beetje gestoord en willen ze maar wat graag de wereld veroveren, met hun fanatieke godsdienst.’ Dat gaf me een schuldgevoel – zeker toen de eerste koudwatervrees voorbij was en ik Iraanse vrienden begon te maken. De macht van de westerse media werd hierdoor voor mij duidelijk.’

‘Ik ben redelijk hands-on en dacht: daar wil ik iets aan doen. Als je niets doet, veranderd er ook niets. Er wordt zoveel gepraat, en er zijn zoveel mensen die daar een goed betaalde baan door hebben. Maar of het echt effect heeft weet niemand. Bij Micro-diplomatie, zie je meer resultaat. Bovendien ben ik vrij en heb ik geen last van de belangen die ambassadeurs hebben.’

‘Het is niet mijn hotel, mensen komen uit Iran en vanover de hele wereld aanwaaien en maken het de ontmoetingsplek die het nu is. Er hangt iets magisch. Hier worden op kleine schaal bruggen gebouwd, die op grote schaal onmogelijk lijken. De echte uitdaging ligt nu in Nederland, om het beeld bij te stellen’.

‘Het is begonnen met wat spaargeld, nu heb ik al mijn reserves in Silk Road Hotel gestopt. Er is niets meer wat me aan Nederland bind. Mensen verklaren me voor gek. Maar ik blijf een ondernemer en zie veel kansen in Iran. Ik blijf hier, ook als er misschien een oorlogssituatie ontstaat.’

‘Het is dus niet mijn project alleen. Er zijn meer mensen nodig, mensen die zich bij dit initiatief aansluiten. Dat is een uitnodiging aan iedereen die bruggen wil bouwen tussen Iran en het westen.’

Onlangs organiseerde hij ook het Iran Art Festival in Den Haag. Meer info op www.iransilkroad.nl. En binnenkort een verhaal in CV Koers over ‘personal diplomacy’.

January 1, 2008

Let’s call it a day

De lobby van een luxe hotel is altijd leeg, ook als er veel mensen zijn. Maar nu, op oudjaarsavond is het nog leger dan anders. Er zit een groepje studenten onderuitgezakt in de leren fauteuils. Een van hen heeft een baard, waar voortdurend grappen over worden gemaakt. Bin Laden – junior is zijn bijnaam. 

Verder spettert het fonteintje lusteloos wat water omhoog en zijn de obers de tafels aan het dekken voor de volgende dag. Het is elf uur en we hebben zojuist onze zoektocht naar een waterpijp en een goede kop thee gestaakt. Die waterpijp blijkt verboden te zijn. De meeste restaurants en theehuizen sluiten. 

Er woedt al langer een campagne tegen de qalyan – de zacht pruttelende meest sociale vorm van roken. Jongeren werden ervan verdacht stiekem hasjiesj toe te voegen. En om dat tegen te gaan werd de theehuizen verboden nog langer een waterpijp op de kaart te zetten, alsof er dan nog een werkelijk theehuis kan bestaan. Maar goed, na de wijn (shiraz stond bekend vanwege haar fantastische wijnen) is nu dus ook de waterpijp bezweken onder de goede zorgen van de regering.  

De reacties van Iraniers zijn veelzeggend. ‘Because, this is Iran’, verklaart een meisje het verbod. Anderen geven geen blijk van teleurstelling. Waarschijnlijk leer je er mee omgaan. De lijst van verboden wordt telkens langer, en wie van ieder verbod een probleem maakt kan niet anders dan verbitterd raken. En daar lijken veel Iraniers niet voor te kiezen. ‘Het is een optimistisch fun-loving people’, zei Elise al, een Nederlandse vrouw die sinds een aantal jaren in Esfahan woont. 

Geen waterpijp dus, ook geen theehuis. Wellicht stiekem een glas wijn in een van de luxe westers-georienteerde hotels? IJdele hoop. Dan maar een alcoholvrij biertje (Bavaria) en een mobiele telefoon die om 0.00 uur ‘Let’s get it started’ (van de Black eyed peas) inzet. Om vijf voor twaalf klinkt zachtjes ‘the show must go on’ (Queen) uit de speakers in de lobby. Of het bewust was vraag ik me af. Na een zoen en een toast hebben we in ieder geval het hotel verlaten. Terug naar ons eigen – ietwat bescheidener – hotelletje. We bekijken nog even onze foto’s. Mooi geworden. Let’s call it a day.  

December 24, 2007

Vluchten naar Iran

Tijdens het feest van het licht, vliegen wij naar de as van het kwaad. Geen kerstmannen. Geen Oud en Nieuw. Misschien een oliebol in Yazd (centraal Iran) omdat daar een Nederlander zijn licht laat schijnen. Maar daar zal het bij blijven. Toch voelt het ook als een opluchting om even te ontsnappen aan die zoete feestlucht. Ontsnappen naar Iran, een mooi gegeven voor een gedicht. Misschien later.

De tript steunt op twee gedachten. Allereerst gaan Klaske en ik samen genieten van dit bijzondere land. Een land dat verleidt en verslindt. Maar er zal ook geschreven worden.

Het wordt dus een combinatie van schrijven en chillen. Hangen en wurgen misschien. Kijken of we prive en zakelijk een beetje gescheiden kunnen houden. De hoeveelheid updates op mijn blog zijn daarvoor een goede graadmeter. Hoe minder, hoe beter.

Goede feestdagen!

December 10, 2007

Maududi cross-over?

Onlangs riep de Canadese politiek filosoof Charles Taylor in een column in Eutopia op tot het zoeken van cross-over figuren. Figuren die een connectie kunnen vormen tussen de islam en het westen. Figuren die daardoor blok-denken, het samensmelten van een veelvormige realiteit tot een ondeelbare eenheid, kunnen doorbreken. Want dat is een schadelijk fenomeen denkt Taylor. ‘Het brengt de wereld in een situatie van botsende beschavingen’.

Ik denk dat de Indiaas-Pakistaanse denker Maududi een goede kans maakt. Maududi is een van de meest invloedrijke denkers van de politieke islam, het islamisme. Hij plaatste als eerste de jihad in een politieke context en hij idealiseert net als andere reformistische denkers de islam van de eerste generaties. Maar hij staat geen blinde terugkeer naar het verleden voor en hij gebruikt voor zijn herinterpretatie van de islam concepten uit de Westerse filosofie (bijv. Hegel, Marx en Freud). Zijn uitgangspunt was dan ook, volgens een commentator: ‘In feite is die filosofie een deel van onze gezamenlijke erfenis, een erfenis waaraan alle landen, ook de moslimlanden, hebben bijgedragen.’

Een gezond uitgangspunt, denk ik. Mensen zijn niet uit een stuk. En dat culturen en denkpatronen grensoverstijgend verweven zijn is niet slechts een kenmerk van de huidige globalisering. Dat besef kan totalitair denken voorkomen. Als blijkt dat die ander (de politieke islam) verwantschap met ons vertoont, wordt goed en kwaad minder zwart-wit. En kan simplistisch of stereotypisch denken voorkomen worden. Check Filosofie Magazine van januari, voor een wat uitgebreidere analyse van Maududi.

November 26, 2007

There is war, but

There is war, but still people live here. Soms kom je van die eenvoudige zinnen tegen die zich vastnagelen in je geheugen.

Dit is een citaat van een kunstenaar die in het kader van het Iran Art Festival naar Den Haag is gekomen. Hij maakte een documentaire over een Iraans gezin dat – kapotgemaakt door de oorlog met Irak – haar leven probeert door te zetten.

Het betekent niet: oh wat erg, er leven mensen in een post-conflict gebied met alle (traumatische) gevolgen van dien. Maar de figuren in de documentaire (waarschijnlijk dat daarom het citaat blijft hangen) leven écht. Ze hebben het niet gemakkelijk, best moeilijk zelfs (de vrouw loopt iedere dag kilometers om met haar blote handen oud ijzer uit een afvalberg te zoeken). Maar ze leven. Dat wil zeggen, ze houdt van haar man, ze heeft humor en ze eet met haar kinderen. Dat soort dingen.

Op de een of andere manier maakt dat de ellende niet minder ellendig, maar voorkomt het wel dat de betrokkenen gereduceerd worden tot slachtoffers. Dat is een van de bestaansredenen van documentaires, denk ik. Goed dat het IDFA er is.

October 30, 2007

Er moet iets veranderen

Hij duwt me minutenlang tegen zijn dikke buik. De spontane uitting van warmte brengt me een beetje van mijn stuk, en ik wacht gelaten tot hij me loslaat. Dit is nog eens welkom heten. Wij waren zijn vrienden, zijn familie, zijn gasten. Hij had de morele plicht ons een thuis te geven en we konden hem er nog net van weerhouden ons hotel te betalen. De gastvrijheid staat hier hoog in het vaandel, en nu we ook nog een gezamenlijke vriend blijken te hebben (we kwamen met hem in contact via iemand van IKV Pax Christi) kende zijn gastvrijheid geen grenzen.

We ontvangen prof. Aymer in ons hotel in Muzaffarabad. Hij zou ons veel achtergrond kunnen geven bij de actuele situatie in Kashmir, zei iemand van IKV Pax Christi. Dat was geen woord teveel.

Hij vertelt kort zijn eigen verhaal. Vrouw en dochter verloren. Zelf 10 maanden in een ziekenhuis doorgebracht. Verder weidt hij uit over de haken en ogen van hulpverlening in Kashmir. Corruptie is een groot probleem en oorzaak van allerlei kleine rampen (‘every disaster creates many small disasters’). Het beste kan je met je NGO het hele traject (van de aanschaf van materiaal tot de oplevering) in eigen hand houden – zoals Turkse en Chinese NGO’s deden. Wat er na deze fase (als de NGO’s zich terugtrekken) gebeurt, baart hem zorgen. Er moet iets veranderen.

Dat gevoel vat de geest van veel gesprekken samen. Er moet iets veranderen.

Het toont de instabiliteit van Pakistan. Het is dan ook een enorm rommelig land. Er is geen cement, de samenhang ontbreekt. Het momentum van de oprichting (1947) – toen iedereen zich sterk verenigd voelde in het nieuwe Pakistan en vast besloten was er iets van te maken – is voorbij. Wat rest zijn een aantal grote breuklijnen, bij elkaar gehouden door een zwakke regering en een dun laagje religie.

De belangrijkste breuklijnen zijn volgens mij etniciteit (Punjabi’s, Sindhi’s, Pashtun enz.) en de kloof tussen rijk en arm (de economie groeit, maar dit merkt niemand behalve de elite).

Ik weet niet waar Pakistani aan denken bij ‘Pakistan’, maar het lijkt onvoldoende om de huidige uitdagingen het hoofd te bieden. Het project Pakistan lijkt dan ook mislukt. Maar misschien is dat niet alles. Bhutto dankt haar populariteit nog altijd voor een deel aan de aandacht die haar vader voor de armen had. Misschien is er veel minder nodig dan het idee Pakistan.

Meer lezen? Houd de komende tijd het AD, De Pers, Nobiles, Ajuus, Onze Wereld en Filosofie Magazine in de gaten.

~ Ludo

October 26, 2007

Google 2

We zitten in Google 2, het internetcafe van Muzaffarabad, azad Kashmir (dat is het Pakistaanse gedeelte van Kashmir). Er hangen wat posters van Angelina Jolie en Hilary Duff. De computer zucht en steunt bij het openen van mijn mail en er komt een jongen spontaan twee glazen cola brengen – waarschijnlijk een actie van hoger hand om Klaas’ verjaardag nog wat extra glans te geven. Niet ongewoon trouwens die spontane drankjes, we hadden vanmorgen om 11 uur al zoveel thee op dat we nieuwe uitnodigingen noodgedwongen moesten afslaan.

Vandaag gingen we ‘embedded’ met een locale NGO op bezoek bij kleine dorpjes waar allerlei projecten plaatsvonden om de schade van de aardbeving te herstellen. Dat loopt uiteen van het leren sparen van geld (disaster preparing program…) tot het uitdelen van geiten. Misschien was het een PR-praatje (dat is nog even moeilijk te peilen), maar het zag er goed en erg grassroots uit.

In Lahore hebben we in een slordige 30 minuten de geschiedenis van Pakistan/India verwerkt in het Lahore Museum te Lahore. Vooral het plafond was fascinerend. Daarop had een schilder gedichten van de nationale dichter (niet te verwarren met ons concept van nationale dichter – die Groninger die goed is in rijmen) Alama Iqbal proberen te illustreren. Ik heb nog geen engelse vertaling kunnen vinden, maar het zag er veelbelovend uit.

Net als de waardering voor docenten. Als ik Pakistani vertel dat ik leraar ben varieren de reacties van ‘Wow’ tot ‘ik zou eigenlijk op de grond moeten gaan zitten’. Wellicht dat Rinnooy Kan bij de Pakistani te rade moet gaan.

Uiteindelijk zijn we trouwens Kashmir ingekomen zonder dat we de felbegeerde NOC (No Objection Certificate) uit onze tassen hoefden te halen. Nu maar hopen dat ik nog zo’n fijne Kashmiri shawl voor Klaske kan vinden, of een muts voor Henkie. 

October 24, 2007

Vooruitkijken is spannend

Een harde roffel op onze deur. Klaas en ik schrikken op uit een – naar wij dachten – wel verdiende slaap. Ik kijk op mijn telefoon: 04.07u.  Wat kan dat zijn? En waarom slaat hij zo hard en onvriendelijk op onze deur?

We kijken elkaar aan. Nog niet helemaal wakker, maar toch wel geschrokken. Klaas besluit de deur te openen om de mensen te verzoeken ons met rust te laten. Hij doet de deur open en ziet: niemand. Vreemd. Na een tijdje hervatten we de slaap.

In Islamabad hebben we een hotel in de rustige wijk Aapbara genomen, vlak bij de Rode Moskee. Het is een gezellige wijk, waar we veel vriendelijkheid ontmoeten. 

Als we op de ambassade uitleggen waar ons hotel is, reageert een stagiair verrast: ‘daar mogen wij helemaal niet komen, veel te gevaarlijk’.  

We zouden veel spannende verhalen kunnen vertellen, bijvoorbeeld onder verwijzing naar dit verhaal in Newsweek, maar eigenlijk valt het wel mee – dat is ook de indruk van de meeste Pakistani en buitenlanders (waaronder enkele Nederlanders) die zich hier gevestigd hebben. En er is zoveel meer te vertellen (daarover meer in de volgende post).

Newsweek spreekt dan ook over het gevaarlijkste land in potentie. Dat is een angst die we bij veel mensen proeven. Waar gaat het heen met Pakistan? En waar moet een tegengewicht voor de toenemende dreiging van politiek geweld gezocht worden? Musharraf heeft zijn krediet verloren. Wellicht kan Bhutto de vredelievende meerderheid mobiliseren. Daarover zijn de verwachtingen verdeeld. Of toch weer het leger, dat vaker de enige stabiele factor is gebleken?

October 24, 2007

later meer

update door Klaas op zijn weblog (zie link in blogroll)

~ Ludo

October 21, 2007

Bloemen en koranverzen

‘Pakistan is het product van de vaderfiguur van de Islam en de moeder Indus’, zo schreef Bohra ooit. En wie een snelle blik werpt in de straten van Islamabad moet hem gelijk geven. Het vat de kakafonie aan indrukken zelfs heel aardig samen.

De taxibusjes zijn protserig versierd met bloemen, tekeningen van rustieke valeien en koranverzen. Achter iedere raampje hangt een bloemetjesgordijn, aan veel binnenspiegels een gebedskettinkje. 
De vrouwen gaan netjes gekleed volgens de regels van de Islam, maar kiezen wel de meest kleurrijke patronen voor hun kleding en bijpassende hoofddoek. En ook de sierraden verraden dat de geest van de Indus een plek krijgt naast de geest van de Islam.

Bij het bezoek aan de indrukwekkende Shah Faisal Moskee ontmoeten we twee meisjes. Mooie meisjes, die nieuwsgierig blijken en graag vertellen over de bruiloft van afgelopen weekend, de henna op hun armen en de betekenis die ze hechten aan familie.
Dat het contact iets te amicaal wordt blijkt niet alleen uit de blikken van (jaloerse) jongens. Ook de onderdrukte glimlach als ze vraagt of we getrouwd zijn verraad dat dit geen gewoon  gesprek is. Gelukkig grijpt de speaker in door iedereen tot gebed op te roepen. De meisjes herpakken zich en spreken net iets te dwingend: ‘Azan, listen!’